Christian Werner

"Als ontwerpers staan we niet op het podium"
Christian Werner, geboren in 1959 in Berlijn, sinds 1984 woonachtig in Hamburg, studeerde van 1980 tot 1986 industrieel ontwerp in Berlijn en Hamburg en leerde daarbij ook van Dieter Rams, een van de Duitse designiconen van de naoorlogse periode. Van 1987 tot 1992 was hij werkzaam als ontwerper in loondienst, sinds 1992 is hij zelfstandig en werkt hij onder andere voor merken als Rolf Benz, Ligne Roset, Garpa, Tobias Grau, maar ook als interieurontwerper voor JAB Anstoetz, de Bielefelder Werkstätten, Carpet Concept en vele anderen. Hij behoort tot de beste interieurontwerpers van Duitsland en heeft met zijn ontwerpen al meerdere malen de red dot Award en andere prijzen gewonnen. Hij heeft zich vooral gespecialiseerd in meubelontwerp, beursstands en interieurontwerp voor winkels, agentschappen en restaurants.
Foto: ©Stephan Abry
Interview
Interview met Christian Werner
Meneer Werner, wat is zo aantrekkelijk aan het feit dat u zich eens niet met de woonkamer bezighoudt, maar met de badkamer?
Nog maar enkele jaren geleden bracht men zo min mogelijk tijd door in de badkamer. Lichaamsverzorging werd door velen beschouwd als een noodzakelijke taak die zo snel en zo onopvallend mogelijk moest worden uitgevoerd.
Tegenwoordig hebben we daar niet meer zo'n geremde houding tegenover. Lichaamsverzorging is een plezierige bezigheid geworden en daarmee ook de badkamer als ruimte daarvoor. Het is een ruimte voor zintuiglijke beleving en ontspanning geworden, waar we graag tijd doorbrengen. Daardoor worden ook de eisen aan deze ruimte steeds hoger. Het is dus tijd om eens goed na te denken over het meubilair in de badkamer.
Heeft het bezig zijn met de badkamer uw kijk op design veranderd?
Het heeft me veranderd in die zin dat het mijn opvatting over design heeft versterkt. Dat komt omdat ik mezelf niet als kunstenaar zie. Kunst is doelloos, terwijl design een doel dient – schoonheid is trouwens ook een doel.
Als ontwerper ben je een integraal onderdeel van een hele productieketen; je moet dan ook rekening houden met zaken als materiaalbeperkingen of productietechnieken. Het positieve aan het werken voor de industrie is dat je niet in een vacuüm zit. Methodologisch gezien krijg je van de industrie als het ware een windtunnel waarin je je als ontwerper kunt verdiepen. Dat vind ik positief en spannend voor mijn werk.
En toch houdt u vast aan iets artistieks: u tekent nog steeds alles met de hand?
Dat klopt. Ik vind het gewoon heerlijk om de pen in mijn hand te houden en te blijven schaven totdat ik op een gegeven moment een kriebel in mijn buik voel. Dan merk ik dat alles ineens op zijn plaats valt en er iets nieuws ontstaat. Dat is een energetisch proces en geen rationeel-plannend proces.
Ik ben er trots op dat ik steeds weer een veeleisende ontwerpstijl vind die zo goed aanslaat dat veel mensen zeggen: 'Ja, daar kan ik me in vinden'.
Als ontwerpers staan we niet op het podium, we vullen geen concertzalen, maar ons applaus is het aantal geproduceerde stuks. Ik noem dat soms ook wel de 'kick van de massa'. Industriële reproductie is een onderdeel van ons ontwerp.
Is universaliteit ook wereldwijd van toepassing?
Naar mijn mening bestaat er vandaag de dag dankzij de wereldwijd verbonden media wel degelijk zoiets als een mondiale 'overeenkomst' over wat mooi is. Toch waarderen we het als er nog steeds een lokaal 'tintje' aan zit. Interessanter dan de mondiale as lijkt mij echter de tijdelijke as.
Het is onze taak als ontwerpers om innovaties te vinden die onze tijd interpreteren. Mensen de mogelijkheid geven om hun tijd uit te drukken, is naar mijn mening een essentieel aspect van ons werk. Dat houdt ook in dat je als ontwerper niet bang moet zijn om consumptief te zijn.
Hoe kan 'consumptie' worden gecombineerd met 'design'?
Nou, er zijn ook veel mensen die bang zijn voor te veel design. Ze willen uiteindelijk toch een stukje normaliteit, en dat voor een redelijke prijs. Dat impliceert dat je als ontwerper ook een stapje terug moet kunnen doen. We hebben producten nodig die niet voortdurend 'hallo hier' roepen, zodat deze mensen zich ermee kunnen identificeren. Op een gegeven moment worden de dingen echter te eenvoudig, op een gegeven moment kun je niets meer weglaten zonder te vervallen in saai ingenieurswerk.
Als ontwerper bevind je je dan in een spanningsveld tussen banaliteit en verfijning. De kunst is dus om vormen weliswaar te vereenvoudigen, maar ze in hun verfijning te verdichten en zo tot hun essentie te brengen dat ze, net als Ketho of L-Cube, imponeren met hun uitgebalanceerde proporties en onopvallende schoonheid – en perfect passen in de algehele harmonie van een ruimte.
Hoe lang kan men zich überhaupt met een product identificeren?
Aangezien de badkamer een gemiddelde levensduur van 15 tot 20 jaar heeft, is de duurzaamheid van de formele uitstraling hier nog veel belangrijker dan in andere ruimtes.
Een bank of een container kunnen ze relatief eenvoudig vervangen. Maar als het oog aan een badkamerinrichting gewend is geraakt, is dat niet zo snel geregeld. De kosten zijn veel hoger.
Christian Werner en Duravit


Christian Werner is een ontwerper die zich volledig heeft verdiept in badkamers en sanitair. Hij werkt al jaren samen met Duravit aan innovatieve oplossingen voor de badkamer. Voor Duravit begon Christian Werner in 2010 als eerste meubelontwerper met de badkamermeubelserie Ketho, ging hij in 2015 verder met L-Cube en presenteerde hij in 2016 c-bonded met een volledig nieuwe technologie en een zeer strak, puristisch design. Na talrijke meubelprojecten heeft hij met de serie Vitrium nu voor het eerst ook wastafels ontworpen – in combinatie met console-onderkasten en wastafelonderkasten. "Mijn doel bij Vitrium was om het badkamerontwerp en de bijbehorende routines opnieuw te definiëren. Naast de keuken en de woonkamer is voor mij ook de badkamer een comfortabele plek om me terug te trekken", legt Christian Werner zijn ontwerpidee uit.



